Home

PROFESSIONEEL STATUUT VOOR BIBLIOTHECARISSEN IN OPENBARE BIBLIOTHEKEN

 

Verantwoording

De leden van de afdeling Openbare Bibliotheken van de Nederlandse Vereniging van Bibliothecarissen, in vergadering bijeen op 13 mei 1993, aanvaarden het navolgende statuut als grondslag voor hun persoonlijk professioneel handelen. Lidmaatschap van de afdeling Openbare Bibliotheken veronderstelt dat het statuut wordt onder- schreven.

Iedere bibliothecaris, ongeacht zijn specifieke taken binnen de openbare bibliotheek, draagt persoonlijke verantwoordelijkheid voor het naleven van dit statuut en is bereid hiervoor intern en extern verantwoording af te leggen.

(Waar in deze tekst hij staat, wordt ook zij bedoeld; bibliothecaris houdt in: bibliothecaris in openbare bibliotheken.)

  

I. WAAROM EEN PROFESSIONEEL STATUUT?

 

In december 1990 heeft de ledenvergadering van het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum het Statuut voor de Openbare Bibliotheek aanvaard. Het professioneel statuut voor bibliothecarissen in openbare bibliotheken onderscheidt zich hiervan door de beroeps- uitoefening centraal te stellen. In elke organisatie moeten de voorwaarden aanwezig zijn het statuut na te kunnen leven. Het management is hiervoor mede verantwoordelijk.

Het professioneel statuut verschaft duidelijkheid over de beroepsmatige opdracht en de verantwoordelijkheden van de bibliothecaris. Het statuut is een middel voor legitimatie en profilering van het beroep. Het onderscheidt de professie van bibliothecaris van andere profes sies. Daarnaast stimuleert het de verdere beroepsontwikkeling en bevordert het de verbondenheid tussen bibliothecarissen.

Het professioneel statuut vormt de basis voor professioneel denken en handelen. Het is de taak van de bibliothecaris op efficiënte en effectieve wijze bij te dragen aan de informatievoorziening in het werkgebied van de bibliotheek. Het professioneel handelen moet leiden tot optimale resultaten.

  

II. DE PROFESSIE

 

De kern van het beroep van bibliothecaris is informatiebemiddeling tussen vragers en aanbidders. Informatiebemiddeling is het proces dat bestaat uit de volgende stappen: het peilen van de vraag, het zoeken, het selecteren, het overdragen van informatie. Voor een efficiënte en effectieve informatiebemiddeling zijn collectievorming en presentatie van het, aanbod belangrijke instrumenten.

De term informatie wordt in dit verband gebruikt voor vastgelegde cultuuruitingen in woord, beeld en geluid.

 

1. Informatiebemiddeling

De bibliothecaris bemiddelt tussen de vraag naar en het aanbod van informatie. Uitgangspunt is de informatiebehoefte van de gebruiker.

De bibliothecaris levert een bijdrage aan het doelgericht inzetten van de openbare bibliotheekvoorziening, zodat op een effectieve wijze kan worden voorzien in de informatiebehoefte van de bibliotheekgebruiker. Dat betekent tevens dat hij bijdraagt aan een voortdurende evaluatie van de dienstverlening.

De bibliothecaris wacht niet passief af maar handelt actief, leert gebruikers omgaan met informatie en stimuleert het gebruik ervan. Ook, of juist waar de gebruiker geen duidelijke verwachting heeft van de te verlenen dienst en niet in staat is een vraag adequaat te formuleren.

 

2. Collectievorming en presentatie

De bibliothecaris stelt een collectie samen en houdt deze in stand, uitgaande van de informatie- en mediabehoeften van gebruikers en de plaats van de bibliotheek binnen het stelsel.

Naast het aanbod van de eigen collectie raadpleegt en maakt de bibliothecaris ook gebruik van collecties van andere informatie leverende instellingen en bibliotheken.

De bibliothecaris zorgt ervoor dat de gebruikers een goed overzicht hebben van wat in de collectie aanwezig is. Hij presenteert het aanbod zodanig, dat dit aansluit bij de wijze waarop gebruikers informatie vragen en zoeken.

  

III. OPLEIDING, KENNIS EN VAARDIGHEDEN

 

Bibliothecarissen in openbare bibliotheken hebben een op het beroep afgestemde opleiding gevolgd en houden ook daarna hun vakkennis en andere relevante kennis en vaardigheden op peil.

 

3. Vakkennis

De bibliothecaris heeft specifieke kennis en vaardigheden op de volgende terreinen:

a)       Het informatieaanbod en de informatiebronnen (in gedrukte, audiovisuele en gedigitaliseerde vorm)

b)       informatiebehoefte en zoekgedrag

c)       presentatie, waaronder toegankelijk maken

d)       vraaganalyse

e)       zoektechnieken

f)         bedrijfskundige en administratieve processen.

g)       communicatie met gebruikers en vakgenoten.

 

4. Andere kennis en vaardigheden

De bibliothecaris is in staat beleidsdoelen te formuleren ten aanzien van informatiebemiddeling, collectievorming en presentatie en deze op creatieve wijze vorm te geven in activiteiten die het lezen en het gebruik van informatie bevorderen.

De bibliothecaris beschikt over een brede maatschappelijke interesse en heeft daarbij ook aandacht voor de regionale en lokale belangen. Hij volgt nieuwe ontwikkelingen, onder meer met behulp van vakliteratuur, studiedagen en cursussen.

 

IV. VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE BIBLIOTHECARIS EN UITGANGSPUNTEN VOOR DE BEROEPSUITOEFENING

 

5. Verantwoordelijkheden

De bibliothecaris heeft bij de beroepsuitoefening de ruimte om te handelen naar eigen inzicht. Hij is zich bewust van de hierna genoemde verantwoordelijkheden ten opzichte van bibliotheekgebruikers, collega's, de organisatie, de professie en de samenleving.

In de uitvoering van zijn taken handelt de bibliothecaris op professioneel verantwoorde wijze. Nalatigheid of onzorgvuldigheid in het vervullen van taken is strijdig met zijn plichten tegenover bibliotheekgebruikers en de organisatie waarin hij werkt. De bibliothecaris wijst collega's die zich nalatig of onzorgvuldig gedragen op het negatieve effect op de reputatie van de professie.

 

6. Vrij verkeer van informatie

De bibliothecaris respecteert het recht van ieder individu op vrije en gelijke toegang tot informatie(bronnen) en bevordert het vrije verkeer van informatie tussen aanbidders en gebruikers en tussen bibliotheken onderling. Daardoor levert de bibliothecaris een bijdrage aan de emancipatieprocessen van bepaalde groepen in de samenleving.

Bij het bepalen van het dienstenaanbod houdt de bibliothecaris rekening met het aanbod van andere informatie leverende instellingen en bibliotheken. Hij streeft daarbij naar samenwerking vanuit het besef dat de middelen per organisatie beperkt zijn.

 

7. Integriteit

De bibliothecaris verricht zijn werkzaamheden volgens de beginselen van openheid, openbaarheid en onpartijdigheid.

Bij het geven van inlichtingen hanteert hij duidelijke criteria ten aanzien van de selectie van informatie en informatiebronnen.

De bibliothecaris kiest leveranciers uitsluitend op basis van de kwaliteit van goederen en diensten.

De bibliothecaris wijst censuur - of pogingen daartoe - zonder meer af.

 

8. Kwaliteit van de informatie

De bibliothecaris streeft ernaar betrouwbare informatie te verstrekken. Actualiteit, representativiteit en pluriformiteit zijn daarnaast bepalende criteria.

 

9. Privacy

De bibliothecaris waarborgt in alle opzichten de privacy van gebruikers, voor zover dit niet strijdig is met het geldend recht.

Terzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer handelt de bibliothecaris naar de aanwijzingen van de Wet Persoonsregistratie en de daarop gebaseerde regelgeving.

 

10. Objectiviteit

De bibliothecaris erkent dat de gebruiker bepaalt voor welk doel hij informatie wenst en of hij van de diensten van de bibliothecaris gebruik wil maken.

Indien bepaalde informatie indruist tegen de persoonlijke opvatting of overtuiging van de bibliothecaris, dan zal dit de beoordeling van informatie niet beïnvloeden. De persoonlijke opvattingen van de bibliothecaris zijn ondergeschikt aan zijn professionele principes.

De bibliothecaris geeft de gebruiker vanuit zijn professionele kennis van infonnatiebronnen en hun kwaliteit desgevraagd een beoordeling van de gegeven informatie.

Als een vraag specifieke vakkennis vereist, verwijst de bibliothecaris naar externe deskundigen.

  

11. Profilering van de professie

De bibliothecaris streeft ernaar dat bij het tot stand komen van bibliotheekbeleid zijn professionaliteit voldoende tot uitdrukking komt. Hij zet zich daarbij in voor kwaliteitsbewaking en verbetering van de openbare bibliotheekvoorziening.

 

12. Contacten met collega's

De bibliothecaris bevordert intercollegiale toetsing als onderdeel van professioneel handelen en als onderdeel van het kwaliteitsbeleid van openbare bibliotheken. Collegiale toetsing dient te worden opgevat als een instrument voor kwaliteitsbewaking- en verbetering ten aanzien van de professie vanuit een persoonlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid.

De bibliothecaris erkent dat een open en onbevooroordeelde houding tussen collega's een voorwaarde is voor het goed functioneren van de organisaties en de hele beroepsgroep.

 

Utrecht, 13 mei 1993

 

Het Professioneel Statuut werd opgesteld door de redactiecommissie "Professioneel statuut" van de afdeling Openbare Bibliotheken van de Nederlandse Vereniging van Bibliothecarissen, bestaande uit: Irene Annegarn, Martin Berends, Noor Evertsen, Jan Gommer, Amold Greidanus en Philip Helder. 

 

home | English summary | links | rss | sitemap | contact copyright (c) 2006 www.nvbonline.nl