Home
Hogeschool bibliotheken

Themadag 21 juni 2001 Nieuwe uitdagingen voor hogeschoolbibliothecarissen


Discussiestellingen

1. Hogescholen hebben zich een duidelijke positie verworven in de Nederlandse maatschappij. Die doorgemaakte ontwikkeling wordt algemeen gezien als een emancipatieproces.
Hogeschoolbibliotheken/mediatheken hebben op het gebied van emancipatie nag een weg te gaan.
Waar of niet waar? Wat zijn de belemmeringen, waar liggen de kansen?

De stelling is waar. Het is van belang je een goede positie binnen de hogeschool te verwerven, liefst zo dicht mogelijk bij het leerproces. Er is een kans als je een manier vindt om de docenten te begeleiden.

De belemmeringen: houding van de bibliotheek: te braaf, plaats in de organisatie, geen innovatietijd en medewerkers die werkzaamheden rond de gang van het boek niet los willen laten om te verruilen voor innovatieve bibliotheekwerkzaamheden.

Zie de lezing van Jan Companjen, eerder deze dag gehouden.

2. Alleen de bibliotheken/mediatheken van grote hogescholen zijn in staat om de nieuwe uitdagingen aan te gaan.

Ook kleine hogescholen krijgen/creëren kansen. Als bibliotheek is het van belang niet zelf, voor de buitenwacht onzichtbaar, taken te verschuiven maar een signaal naar het college van bestuur te laten uitgaan. Soms blijkt er wel geld te zijn voor ICT maar niet voor de bibliotheek. Je moet proberen mee te gaan met de tijd, taken te verschuiven, gebruik te maken van IT. Er blijven altijd boekinwerkers nodig.

Kleinere organisaties zijn betere organisaties, daarbinnen is er meer en beter contact met het onderwijs. Grotere organisaties zoeken minder samenwerking.

Grotere hogescholen zijn niet beter maar hebben meer financiële middelen, meer faciliteiten. Kleine organisaties zoeken meer samenwerking in de regio.

Groot zijn als hogeschool heeft voordelen op het gebied van investeringen en ICT. Het is nadelig dat dan de afstand tot het onderwijs ook groot is. Ook kleine hogescholen kunnen uitdagingen formuleren, als het onderwijs meedenkt met de ontwikkelingen. In het algemeen gesteld moet een antwoord op deze stelling genuanceerd worden.

3. Hogeschoolbibliotheken/mediatheken hebben gemeenschappelijke belangen. Om deze belangen te behartigen is de samenwerking nu onvoldoende.

Het belang van samenwerking is niet eenduidig. Op het terrein van gezamenlijke licenties zou iets bereikt kunnen worden.

Samenwerking wordt vooral in de regio gezocht.

4. Hogeschoolbibliotheken/mediatheken moeten een actievere rol spelen bij voorlichting omtrent informatie-aanbod en bij training t.b.v. informatievaardigheid van studenten. De bibliotheek/mediatheek heeft voor deze taak een nieuw soort medewerker nodig.

De genoemde actievere rol moet plaatshebben in samenwerking met docenten.

Een extraverte houding is nodig bij de (nieuwe) medewerkers met als belangrijkste eigenschappen: zoekvaardigheid en goede communicatieve vaardigheden.

Ondersteuning in leerprocessen. Didactische vaardigheden ontbreken bij bibliotheekmedewerkers. De verschuivende taken in de richting van het onderwijs vereist ook een verschuivende inschaling in diezelfde richting.

Welke nieuwe vaardigheden zijn nodig? Welke competenties? Er komen immers geen andere medewerkers, je moet het doen met de mensen die je hebt.

5. Bij het ontwikkelen van nieuwe taken en daarbij horende functies wordt te veel een afwachtende houding aangenomen.

Ja, we zijn te volgzaam. Meer inititatief vanuit de bibiotheek kan geen kwaad.

De ontwikkelingen in het onderwijs vormen aanleiding tot de initiatieven. Belangrijkste factoren voor het welslagen zijn: goede wisselwerking onderwijs - bibliotheek, plaats van de bibliotheek in de organisatie en aanwezigheid en fuctioneren van ICT-diensten.

Initiatieven ontplooien moet binnen de organisatie wel mogelijk zijn.

Ja, ook bij het onderwijs vind je een afwachtende houding.

Fricties bibliotheek-onderwijs.

6. In hogeschoolbibliotheken/mediatheken worden door te veel HBO-ers te veel werkzaamheden op MBO-niveau uitgevoerd.

Het is belangrijk om de juiste mensen de juiste taken te laten uitvoeren.

Deze stelling is bij veel hogeschoolbibliotheken van toepassing. Functiedifferentiatie is in het HBO nog niet aan de orde.

Ja! (bij veel hogescholen).

In kleinere bibliotheken ontkom je er ook niet aan dat dit gebeurt: je bent immers dan voor het gehele traject verantwoordelijk: van beleidsplan - uitlening t/m het plakken van etiketten, maar dat maakt de functie voor mij ook juist weer leuk:

Enerzijds het contact met de studenten anderzijds ook weer het zelf kunnen uitstippelen van beleid

Eigenlijk is die afwisseling wel prettig: je kunt niet de hele dag naar een pc­scherm kijken: even iets anders doen is juist goed voor de afwisseling

Bij onze hogeschool zijn nu juist mbo-ers aangetrokken voor allerlei administratieve klussen, daardoor heb ik als bibliothecaris meer tijd om contact met het onderwijs te zoeken en me met pr bezig te houden

Natuurlijk is dat zo: we zijn te veel bezig met die administratieve klussen waardoor we te weinig tijd vrij maken om ons bezig te houden met de uitdagingen zoals dit in de ochtend aanbod is gekomen

Het baliewerk wordt vaak erg onderschat: het geven van inlichtingen behoort gewoon te gebeuren door een hbo’er ook al hoor je daar nu andere berichten over

Al die wizzkids worden ook erg overschat: als je tegenwoordig met een paar html codes kan goochelen wordt je als een verloren zoon binnen gehaald: terwijl de traditionele bibliotheektaken en vakkennis toch ook onontbeerlijk zijn

Ik vraag me zo af: Ben je schaal 8 wel waard als je schaal 5 werkzaamheden niet eens naar behoren kunt uitvoeren

De nieuwe uitdagingen vragen echter ook tijd: niet iedereen is immers zomaar om- of bijgeschoold en de reguliere werkzaamheden moeten gewoon wel gedaan blijven worden: dat is juist het punt. Er moeten gewoon mensen bij en in hoeverre de hogeschoolbestuurders bereid zijn die investering te maken...

Als hogeschoolbestuurders niet bereid zijn meer in de mediatheek te inversteren vraag ik mij af of die uitdagingen niet omslaan in bedreigingen

7. Over een paar jaar stagneert de instroom van jonge professionals volledig. De NVB/HB dient samen met belanghebbende partijen initiatieven te nemen tot opleiding van HBObibliothecarissen. (HBO niet bedoeld als werkomgeving maar als functieniveau).

Het probleem verschilt per regio. Medewerkers op HBO-niveau blijven nodig.

Een apart traject voor hb-bibliothecarissen lijkt mij niet nodig: immers je hebt toch ook al die opleiding van 4 jaar gehad. Af en toe losse modules lijkt me zinvoller

Wat meer didactische kennis daar heb ik wel behoefte aan, maar weer zo'n hele opleiding... liever niet

Voor een heel uitgebreid scholingstraject heb ik helemaal geen tijd, wanneer moet ik dat dan doen?

8.(a) Er is behoefte aan een gericht bijscholingsaanbod

Op het gebied van:

educatieve rol van bibliothecarissen

inhoudelijk over digitale bronnen zoals picarta, krantenbank

hoe kan je optimaal communiceren met docenten

leren-leren

digitale ontsluiting

electronische bronnen

een technische achtergrond voor bibliothecarissen is nuttig (w.o. HTML-kennis)

digitale leeromgeving en mediatheek

virtuele mediatheek

blackboard

portfolio's

hoe biedt je content aan?

De discussiedeelnemers constateren dat er meer aandacht is voor coaching. Ook kan het principe van intervisie gebruikt worden, waarbij medewerkers elkaar tips geven en leren.

Het is uiteraard van belang dat er voldoende geld wordt gereserveerd voor bijscholing.

Bij discussieonderdeel komt ter sprake dat de Stichting IHOL diverse cursussen verzorgt.
Op de agenda-pagina van de Stichting IHOL kan je kiezen voor het onderwerp scholingsplan. Onder de beschrijving van het scholingsproject bevindt zich een link: attachment: herzien scholingsplan compleet (zk).doc. Dit plan is van mei 2000. http://www.ihol.nl/agenda.html

Een andere discussiegroep stelt dat er behoefte is aan een gericht bijscholingsaanbod.

(b) Het is aan de afdeling NVB/HB om een coordinerende rol te spelen bij het samenstellen van een cursuspakket

Bijscholing is bijna altijd maatwerk. Daarom is het lastig voor de HB en NVB wat te organiseren.

Zij hebben kunnen wel een inventariserende rol vervullen en misschien alle bijscholingsmogelijkheden verzamelen en presenteren.. Uitvoering wellicht via IDM of GO.

Er kan ook nog gedacht worden aan de Open Universiteit.

Nog een groep onderschrijft een coordinerende rol voor de NVB.

Ja!, zeer zeker

(c) Er is behoefte aan de volgende cursussen/trainingen:
(gaarne in volgorde van prioriteit)

hoe leer je de studenten zoeken

begeleiden van studenten binnen het leren-leren

ontsluiting van electronische documenten

ontsluiting van electronische documenten via internet

beheer van cd-roms in netwerken

cursus marketing bibiotheekvoorziening

cursus digitale leeromgeving/leermiddelen (wat is er?)

De bestaande mogelijkheden bij de GO zijn voor mij voldoende

Ik vind de traditionele taken ook nog steeds heel belangrijk

Wat meer didactische kennis daar heb ik wel behoefte aan

Of het zinvol is om zelf wat vakken te volgen van de onderwijsrichting waarvoor ik collectioneer? Geen idee nooit aangedacht, vraagt ook wel heel veel tijd

Na een half uur discussiëren in groepjes, vat de dagvoorzitter een deel van het besprokene samen:

Hogeschoolbibliotheken zijn de zieligheid voorbij. Er zijn veel kansen te zien.
Als belemmering wordt ervaren dat wij bibliothecarissen te braaf zijn. We moeten meer gaan opvallen.
Het loslaten van het traditioneel beheer, vaak werk op MBO-niveau, wordt als moeilijk ervaren.
Het is nodig om meer innovatief bezig te zijn en daarmee komen de werkzaamheden ook op HBO-niveau. Is innovatie een synoniem voor een grote hogeschool? Kleine hogescholen hebben wel minder geld te besteden maar hun bibliotheken staan vaak dichter bij het onderwijs. Misschien kan een oplossing gevonden worden door middel van netwerken, samenwerken.
Er is een kans ons werk te upgraden!

© NVB-HB. Deze pagina is het laatst gewijzigd op 6 juli 2001

home | English summary | links | rss | sitemap | contact copyright (c) 2006 www.nvbonline.nl